Vesuvius

Vesuvius Vesuvius

De bekendste eruptie van de Vesuvius is die van oktober 79. De top van de vulkaan explodeerde en de Romeinse plaatsen Pompeï, Stabiae, Boscoreale en Oplontis werden volledig bedolven onder as en puimsteen, terwijl een pyroclastische golf Herculaneum trof. Ook verspreidden giftige gassen als koolstofmonoxide zich door Pompeii. Ongeveer 10.000 mensen werden gedood, waarvan maar 2300 lichamen zijn teruggevonden. Een paar dagen voor de eruptie is Pompeï ook getroffen door een aardbeving waar ook nog andere slachtoffers bij vielen.

Het verloop van deze ramp is vooral bekend door het ooggetuigenverslag van Plinius de Jongere in een brief aan de geschiedschrijver Tacitus (Epistulae VI, 16). Plinius Minor maakte aantekeningen gedurende de uitbarsting vanuit Kaap Misenum, een stad aan de andere kant van de baai en zo’n 30 kilometer van de Vesuvius. Ondertussen trok zijn oom Gaius Plinius Secundus maior, ook wel bekend als Plinius de Oudere, eropuit om mensen te gaan redden. Hij kon echter nergens aan land gaan. Uiteindelijk besloot hij naar Stabiae te gaan, maar hij zou het niet overleven. Hij overleed aan de giftige gassen van de Vesuvius op het strand van Stabiae.

In de loop van de geschiedenis heeft de Vesuvius nog verscheidene keren zijn macht getoond en nog vele mensen gedood en steden vernield: in 1631 (deze was bijna even zwaar als de uitbarsting van 79), 1794, 1826, 1872, 1906, 1913, 1926, 1929 en voor het laatst in 1944. Deze uitbarstingen waren echter minder spectaculair en eisten minder slachtoffers dan de uitbarsting in 79. Bij de uitbarsting van 1944 is de lava niet via de bovenkant ontsnapt, maar via de zijkant van de vulkaan, waardoor een groot gat onder de oude korst ontstond. Dit gat is gevuld geraakt doordat de korst erboven instortte. De kraterbodem van vóór 1944 is als een donkere laag te zien vlak onder de huidige kraterrand.

(bron: Wikipedia)